28 mei Overprikkeld in paradijs
De ene HSP’er is de andere niet. Dat eerst maar gezegd. De één is introvert, de ander extravert en dan heb je ook nog HSS’ers, mensen die overprikkeld raken maar óók steeds nieuwe prikkels zoeken. Vermoeiende combinatie, lijkt me dat. Ik ben maar ‘gewoon’ hoogsensitief.
Ik houd niet zo van labels, maar ooit vond ik het wel prettig om een soort verklaring te hebben voor waarom ik zo gevoelig ben voor geluid, sfeer en groepsdynamiek. Vooral dat laatste. Hoor ik erbij? Is iedereen oké? Heb ik iets verkeerd gezegd? Gezellig.
Of het door mijn jeugd komt. weet ik niet. Dat heeft vast niet geholpen. Maar ik weet al sinds ik jong ben dat vriendschappen, groepen en “erbij horen” voor mij nooit vanzelfsprekend voelen.
Alleen of samen?
Dat blijft voor mij het grote thema. Alleen zijn is heerlijk. Tot het dat niet meer is.
Ik heb van alles geprobeerd: single-reizen, spirituele retraites, culturele groepsvakanties, cruises, huisjes, campers. Die camper vond ik trouwens fantastisch. Mijn partner iets minder. Hij houdt überhaupt niet van vakantie, dus het is ook niet heel vreemd dat ik vaak alleen ga.
Toen ik 29 was reisde ik een half jaar door Azië. Ik vertrok met een kennis, verloor hem onderweg letterlijk ergens tussen twee routes (hij was lost in de binnenlanden van China en ik vloog naar de Fillipijnen), en reisde daarna maanden solo verder. Geweldige ervaring. Tot ik na een tijdje genoeg kreeg van leven op het onderste niveau van de piramide van Maslov: Waar slaap ik? Waar eet ik? Waar slaap ik morgen? Repeat.
Balans vinden
Daarom heb ik hier bewust gekozen voor een middenweg. Niet de hele tijd in de schrijversvilla van Limnisa, maar overdag werken in een eigen studio op loopafstand. Ik zit nu op een gigantisch terras met uitzicht op zee. Echt prachtig.
En toch hoor ik: een zaag, een scooter, mensen onder mij, een ferry in de verte, een vliegtuig.
Zelfs op een rustige plek blijft de wereld geluid maken. Irritant eigenlijk.
Gisteren viel tijdens een gesprek de term radical acceptance. Blijkbaar een therapievorm. Het betekent zoiets als: stoppen met vechten tegen wat er is.
Niet mijn sterkste kant.
Mijn favoriete copingstrategie is meestal: weggaan.
Later reageren. Even alleen zijn. De deur dicht. Tot later.
En eerlijk? Soms is dat ook gewoon verstandig.
Maar zodra ik me terugtrek, verschijnt direct haar irritante zusje: FOMO.
FOMO
Want terwijl ik heerlijk rustig zit te schrijven, denk ik ook: Missen ze me? Is er een plan gemaakt? Heb ik iets gemist?
Ja dus. Blijkbaar waren er dolfijnen gespot.
Ook eten speelt mee. Bij retreats draait sociaal contact verrassend vaak om maaltijden. Niet aansluiten betekent al snel: alleen eten. En samen eten is gewoon gezelliger.
Aan tafel ontstaan ook vanzelf kleine groepsdynamieken. Sommige mensen verbinden makkelijk, anderen zweven er een beetje omheen. Informele leiders. Snelle klikjes. Mensen die veel ruimte innemen zonder dat ze het doorhebben.
Ik merk alles op. Dat is het hele probleem.
De eerste dag zat ik al huilend op mijn kamer. Reisstress, verwachtingen, sociale spanning, vermoeidheid. Het klassieke recept.
En dan denk ik meteen: Doe normaal. Je bent volwassen.
Maar gevoel luistert zelden naar logica.
Standvastig
Ik lees hier een boek van een Deense schrijver over standvastigheid en stoïcisme. Zijn punt: gevoel en intuïtie zijn niet altijd de betrouwbare innerlijke gidsen die we ervan maken.
Ook gezellig nieuws.
Want wat is intuïtie eigenlijk? En wat is angst? Wanneer is iets een signaal en wanneer gewoon een oververmoeid zenuwstelsel dat overal gevaar van maakt?
Ik weet het vaak ook niet.
Dus ik doe wat ik meestal doe: schrijven, nadenken, een beetje voelen, weer weglopen, terugkomen, en hopen dat er ergens onderweg iets van rust ontstaat.
Geen reactie's