jeugdtrauma

Blijven, wanneer niemand anders blijft

Anders kijken naar mijn jeugdtrauma

Naar aanleiding van o.a. de ervaringen/video’s op Instagram van Tijn Touber na zijn recente hartoperatie, probeer ik om anders te kijken naar mijn jeugdtrauma. Disclaimer: ik deel mijn persoonlijke proces. Ieder heeft zijn of haar eigen weg te gaan. Het is niet mijn bedoeling om therapie te veroordelen. Voor een aantal mensen zal het zeker, al dan niet gedeeltelijk, bijdragen aan heling. Deze – voor mij nieuwe manier – van kijken gaat over: wat heeft het trauma mij in positieve zin meegegeven aan ‘instrumenten’ om het leven aan te gaan?

“Voorbij het trauma verlatingsangst. Dit is een betekenisverhaal.”

Het is een moment in mijn leven dat ik slechts in flarden herinner.
Een klapdeur die onverbiddelijk dichtslaat.
De geur van verdovingsgas.

Ik was vier jaar. Het was 1967.
Ik moest een amandeloperatie ondergaan, in een tijd waarin die ingreep routine was, misschien zelfs een verdienmodel. Na een zere keel werden kinderen opgenomen en door hun ouders achtergelaten in het ziekenhuis.

In de wachtkamer vol huilende peuters schijn ik gezegd te hebben:
“Hier huil ik niet.”

Mijn moeder vertelde me later dat zij daarna “aan de lantaarnpaal hing van ellende.”
Mijn vader noemde dit moment een half jaar geleden nog een “sterke, stoere houding als positief voorbeeld.”

“Wie ooit alleen achterbleef, leert anders liefhebben.”

Een peuter alleen laten in een ziekenhuis, die niet kan of wil huilen, moet naar geweest zijn.
Het roept nu ongeloof op. Tegenwoordig mag een ouder erbij blijven. Dat lees ik op de ziekenhuiswebsite.

Maar in die tijd moesten mijn ouders mij achterlaten en konden mij de volgende dag ophalen.

Wat er gebeurde tijdens die ervaring in het ziekenhuis, is geen verhaal voor op een verjaardag. Het is niet makkelijk om dit verhaal te delen, maar het creëerde een inprent voor het leven.

Een stil weten dat zich steeds opnieuw meldde:
Ik ben alleen. Ik moet alles alleen doen. Ik ben niet de moeite waard. Mensen kunnen zomaar verdwijnen.

Jarenlang probeerde ik dit moment te begrijpen. Te duiden. Te helen.
Boosheid richting ouders en artsen inbegrepen.

In diverse (alternatieve) therapieën leerde ik dat dit een jeugdtrauma is, en dat het verlatingsangst (én angst voor ‘de witte jassen’ en ziekenhuizen) veroorzaakte. Dat te weten hielp tot op zekere hoogte. Begrip gaf context, maar geen echte rust, want het trauma met veel emoties blijft zich namelijk op onverwachte momenten aandienen, vooral bij relatieproblemen. Pardoes. Zonder waarschuwing.

Veel therapievormen gaan uit van het idee dat je door de pijn heen moet.
Alsof het verleden een afgesloten ruimte is waar je nog één keer doorheen loopt, om daarna de deur definitief te sluiten.

Voor sommigen werkt dat (en dat lijkt me heerlijk).
Voor mij werkte het niet.

Elke terugkeer voelde niet als afronding, maar als bevestiging.
Niet als heling, maar als herhaling.
Mijn lichaam leerde niet: het is voorbij, maar juist: het gebeurt opnieuw.

Ik bleef hopen: nog één keer erdoorheen, en dan is het klaar.
Dat bleek een illusie. De therapeut zegt dan vaak: weer een laagje eraf…

Op een gegeven moment begon ik te twijfelen aan deze vorm van helen.
Nu besluit ik: deze weg is afgerond.
Na 59 jaar. Wat een lange weg is dat geweest…

Misschien ligt dat vroege alleen-zijn niet achter mij, maar heeft het doelbewust mijn blik vooruit gevormd.

Wie vroeg leert dat aanwezigheid kan verdwijnen, kijkt anders naar de wereld.
Aandacht wordt kostbaar.
Nabijheid geen vanzelfsprekendheid, maar een gebeurtenis.
Liefde geen belofte, maar een praktijkcase.

Vanuit die invalshoek is mijn verlatingsangst geen ‘fout’ in mijn systeem, maar een scherp afgestelde gevoeligheid. Een bewustzijn dat voortdurend aftast: ben jij hier echt?

Dat maakt het leven soms zwaarder, maar ook eerlijker.
Ik zie sneller waar afwezigheid zich vermomt als aanwezigheid.

De vragen zijn niet langer: hoe kom ik hier vanaf of waarom is dit me aangedaan?
Maar: hoe leef ik hiermee zonder mezelf te verliezen?

Niet door het verleden opnieuw te bewonen.
Maar door in het heden te blijven.
Door niet weg te gaan bij mijn eigen spanning.
Door te leren dat ík degene ben die altijd blijft.

Misschien is dát de verschuiving die werkelijk helpt:
niet de vraag hoe de pijn verdwijnt,
maar hoe ik aanwezig kan zijn —
ook wanneer niemand anders dat ooit was, of gaat zijn.

Vragen die nooit gesteld werden

Er zijn twee vragen die mij relevant lijken, die helaas nooit gesteld zijn. Misschien herken jij ze?

  • Waarom werd ik ziek?
  • Wat betekent deze ervaring in essentie?

Op de eerste vraag heb ik geen antwoord.
De tweede vraag biedt ruimte voor contemplatie.

Het was een existentiële ervaring:
Ik ben niet veilig. Ik ben alleen. De mensen die mij beschermen zijn weg.

De betekenis die ik overweeg is dus niet (meer) waarom is er lijden? maar wat heeft het geactiveerd?

Wat ontstond was:

  • een extreme gevoeligheid voor verbinding (voelt soms ook als overgevoelig)
  • een fijn afgestemde radar voor aanwezigheid versus afwezigheid
  • een scherp vermogen om echte nabijheid te herkennen

Oftewel: een verfijnd waarnemingsvermogen.

Ik leerde vroeg wat hechting werkelijk betekent. Dat gaf mij:

  • een behoefte aan diepe hechting
  • een groot gevoel van loyaliteit
  • relaties die ik diepgaand beleef

En dus ook een grote gevoeligheid voor onbetrouwbaarheid.
Alertheid op:

  • emotioneel afwezige mensen
  • halve beloftes
  • “ik ben er wel, maar eigenlijk niet”

Deze diepste lessen of inzichten, een soort positief omdenken van een jeugdtrauma, had ik graag eerder gehoord of begrepen, want in die groef blijven hangen, kostte vrachtwagens vol energie, tranen en tijd:

  • Je bent aanwezig en je bent genoeg.
  • Je hoeft niemand nodig te hebben om te blijven (of om gelukkig te zijn).
  • Blijf bij het ongemak, zonder jezelf te verliezen.

Aanwezigheid is het kostbaarste wat is.

Misschien inspireert mijn persoonlijke verhaal je om anders naar trauma of nare ervaringen te kijken. En tegelijkertijd realiseer ik me dat dit megamoeilijk is. Ik heb er niet voor niets meer dan vijftig jaar over gedaan om uit dat gevoel van ‘dit is me aangedaan’ te komen en de andere kant te bekijken. En het proces van levenskunst is trouwens nooit klaar, het is on going. De vervolgvraag is evident: heb ik deze inzichten al eerder (al dan niet onbewust) ingezet en zo nee, hoe kan ik ze vanaf nu bewust en waardevol inzetten, oftewel ont-dekken? 😇

Tags:
Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.