jeugdtrauma

Over blijven, wanneer niemand blijft

Wat betekent mijn jeugdtrauma in essentie?

Naar aanleiding van o.a. de ervaringen/video’s van Tijn Touber na zijn recente hartoperatie, voelde ik de noodzaak om anders te kijken naar mijn jeugdtrauma.

Het is een moment in mijn leven dat ik slechts in flarden herinner.
Een klapdeur die onverbiddelijk dichtslaat.
De geur van verdovingsgas.

Ik was vier jaar. Het was 1967.
Ik moest een amandeloperatie ondergaan, in een tijd waarin die ingreep routine was, bijna een verdienmodel. Na een zere keel werden kinderen opgenomen en door hun ouders achtergelaten in het ziekenhuis.

In de wachtkamer vol huilende peuters schijn ik gezegd te hebben:
“Hier huil ik niet.”

Mijn moeder vertelde me later dat zij daarna “aan de lantaarnpaal hing van ellende.”
Mijn vader noemde dit moment een half jaar geleden nog een “sterke, stoere houding die waardering verdient.”

Een peuter alleen laten in een ziekenhuis, die niet kan of wil huilen, is niet stoer.
Het is ongezond. En triest.
Tegenwoordig mag een ouder blijven. Dat lees ik op de ziekenhuiswebsite.

Mijn ouders gingen weg.

Wat er daarna gebeurde, is geen verhaal voor op een gezellige verjaardag.
Het maakte een inprent voor het leven.

Een stil weten dat zich steeds opnieuw meldde:
Ik ben alleen. Ik moet alles alleen doen. Ik ben niet de moeite waard. Mensen kunnen zomaar verdwijnen.

Jarenlang probeerde ik dit moment te begrijpen. Te duiden. Te helen.
Boosheid richting ouders en artsen inbegrepen.

In therapie leerde ik dat dit een jeugdtrauma is, en dat het verlatingsangst veroorzaakt. Dat hielp, tot op zekere hoogte. Begrip gaf context, maar geen echte rust. Het trauma blijft zich namelijk op onverwachte momenten aandienen, vooral bij relatieproblemen. Pardoes. Zonder waarschuwing.

Veel therapievormen gaan uit van het idee dat je door de pijn heen moet.
Alsof het verleden een afgesloten ruimte is waar je nog één keer doorheen loopt, om daarna de deur definitief te sluiten.

Voor sommige mensen werkt dat (en dat lijkt me heerlijk).
Voor mij werkt het niet.

Elke terugkeer voelde niet als afronding, maar als bevestiging.
Niet als heling, maar als herhaling.
Mijn lichaam leerde niet: het is voorbij, maar juist: het gebeurt opnieuw.

Ik bleef hopen: nog één keer erdoorheen, en dan is het klaar.
Dat bleek een illusie.

Op een gegeven moment begon ik te twijfelen aan deze vorm van helen.
Nu besluit ik: deze weg is afgerond.
Na 59 jaar. Wat een lange weg is dat geweest…

Misschien ligt dat vroege alleen-zijn niet achter mij, maar heeft het doelbewust mijn blik vooruit gevormd.

Wie vroeg leert dat aanwezigheid kan verdwijnen, kijkt anders naar de wereld.
Aandacht wordt kostbaar.
Nabijheid geen vanzelfsprekendheid, maar een gebeurtenis.
Liefde geen belofte, maar een praktijkcase.

Vanuit die invalshoek is mijn verlatingsangst geen ‘fout’ in mijn systeem, maar een scherp afgestelde gevoeligheid. Een bewustzijn dat voortdurend aftast: ben jij hier echt?

Dat maakt het leven soms zwaarder, maar ook eerlijker.
Ik zie sneller waar afwezigheid zich vermomt als aanwezigheid.

De vragen zijn niet langer: hoe kom ik hier vanaf of waarom is dit me aangedaan?
Maar: hoe leef ik hiermee zonder mezelf te verliezen?

Niet door het verleden opnieuw te bewonen.
Maar door in het heden te blijven.
Door niet weg te gaan bij mijn eigen spanning.
Door te leren dat ík degene ben die altijd blijft.

Misschien is dát de verschuiving die werkelijk helpt:
niet de vraag hoe de pijn verdwijnt,
maar hoe ik aanwezig kan zijn —
ook wanneer niemand anders dat ooit was, of is.

Vragen die nooit gesteld werden

Er zijn twee vragen die mij nu relevant lijken. Misschien herken jij ze:

  • Waarom werd ik ziek?
  • Wat betekent deze ervaring in essentie?

Op de eerste vraag heb ik geen antwoord. Dat blijft gissen.
De tweede biedt ruimte.

Het was een existentiële ervaring:
Ik ben niet veilig. Ik ben alleen. De mensen die mij beschermen zijn weg.

De betekenis zit niet in waarom lijden, maar in wat het activeert.

Wat ik hieruit meenam:

  • een extreme gevoeligheid voor verbinding
  • een fijn afgestemde radar voor aanwezigheid versus afwezigheid
  • een scherp vermogen om echte nabijheid te herkennen

Oftewel: een verfijnd waarnemingsvermogen.

Ik leerde vroeg wat hechting werkelijk betekent. Dat gaf mij:

  • een behoefte aan diepe hechting
  • een groot gevoel van loyaliteit
  • relaties die ik niet oppervlakkig beleef

En dus ook een grote gevoeligheid voor onbetrouwbaarheid.
Alertheid op:

  • emotioneel afwezige mensen
  • halve beloftes
  • “ik ben er wel, maar eigenlijk niet”

Deze diepste lessen of inzichten, een soort positief omdenken van een jeugdtrauma, had ik graag eerder gehoord of begrepen, want in die groef hangen, kostte vrachtwagens vol energie, tranen en tijd:

  • Je bent aanwezig en je bent genoeg.
  • Je hoeft niemand nodig te hebben om te blijven (of om gelukkig te zijn).
  • Blijf bij het ongemak, zonder erin te verdwijnen en jezelf te verliezen.

Aanwezigheid is het kostbaarste wat is.

Ik hoop dat dit blog je helpt om anders naar trauma te kijken. En tegelijkertijd realiseer ik me dat dit megamoeilijk is. Ik heb er niet voor niets meer dan vijftig jaar over gedaan om dit te zien. En het proces van levenskunst is on going, want hoe zet ik deze ’talenten’, die ik heb meegekregen, waardevol in…

Tags:
Geen reactie's

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.